Als ik Ubuntu Brainstorm bekijk bijvoorbeeld dan zie ik veel mensen die altijd de laatste versie willen hebben zonder enige duidelijke aanwijzing behalve dat het nummertje hoger is. Het is ook iets wat ik regelmatig zag op usenet bijna elke keer als Debian Stable werd genoemd. Maar het is ook iets wat al een paar jaar te horen is bij elke release van GNOME bijvoorbeeld, want ze verwachten altijd een killerapp die hun leven gaat veranderen.
Maar misschien is deze killerapp er al lang en kijkt iedereen er overheen. Wat als de killerapp juist hetgene is waar je naar kijkt en gebruikt. Wat als de killerapp nu eigenlijk de vrijheid is die je hebt gekregen en niet meer afhankelijk bent van een eindeloze upgrade cycle? De jacht naar de laatste versie om mogelijk je problemen op te lossen. De jacht naar de laatste werkende serialnumbers of crack om iets aan de praat te krijgen of te houden.
Je ziet dezelfde jacht bij computers waar men altijd de laatste en snelste machine wil hebben, maar waarom? Je messanger wordt er echt niet beter van. Je spreadsheet wordt niet echt mooier van meer frames per second. Maar het maakt de verkoopcijfers van sommige partijen wel heel erg interessant en is dat een reden om maar elke keer de marketeers te blijven volgen?
Ja ik geef toe dan meer soms altijd beter lijkt, maar soms kan minder juist meer zijn. En misschien dat hier ook juist de kracht van vrije software ligt zeker als we naar sommige projecten kijken welke redelijk volwassen en compleet beginnen te worden. Het is misschien jammer om te zeggen, maar het spannende en de magie van vrije software begint langzaam te verdwijnen. Een nieuw tijdperk wordt nu wel langzaam ingeluid gelukkig en nieuwe uitdagingen ontstaan.
Er zijn veel Linux-distributies en vele komen er elke week weer bij en vele verdwijnen ook weer. De kern is redelijk stabiel en zal hoogstwaarschijnlijk ook zo blijven in de komende jaren met Red Hat, Novell, Debian en tegenwoordig ook Ubuntu. Maar blijkbaar is de markt te verdeelt en tracht met sinds 2001 eenheid te brengen zoals POSIX dit moest brengen in de Unix-wereld.
Als ik eerlijk ben zal Linux Standard Base me gestolen worden, omdat het simpel weg een vendor dwingende specificatie is en niet richtlijnen aan voldaan moet worden. De grootste twee bezwaren zijn denk ik wel het verplichten van RPM en Qt aangezien dit redelijk bedrijfsafhankelijke oplossingen zijn. Dit geeft ook aan wat er eigenlijk mis is met de LSB en dat ze geen functionele eisen opleggen, maar afdwingen welke leveranciersoplossing er gekozen moet worden.
De toegevoegde waarde van Linux Standard Base is dus eigenlijk niet meer dan als je een applicatie van een derde partij wilt gaan gebruiken zoals bijvoorbeeld van Oracle. Ik ben dan ook meer geneigd om het pad te gaan bewandelen van Sun Solaris waar dingen al jaren volgens bepaalde afspraken worden gedaan die je niet direct verplichten tot een leverancier. Dit is eigenlijk ook de strijd die gaande is binnen Sun Microsystems en het open sourcen van hun producten. En ik kan me er wel iets bijvoorstellen. Ook omdat het geen wat ze misschien het meeste vrezen, het GNU-project, misschien wel hun grootste medestander is in deze strijd samen met de mensen achter BSD.
Helaas is het probleem dat Linux op dit moment beter allround uit de bus komt dan zeg BSD, GNU/Hurd of Solaris. Dit terwijl ze alle drie eigenlijk technologisch beter zijn. Het wordt misschien tijd om of Linux op orde te krijgen of serieus de nadelen van de alternatieven te bekijken en beoordelen of ze opgelost kunnen worden. Want de concurrentie heeft voldoende in huis voor de toekomst waar Linux misschien nog wel jaloers op kan.
Een andere optie is om Linux-distributies te gaan beoordelen op hoe goed ze zijn ingericht qua al geldende standaarden, maar ook vertalingen, documentatie, proactief veiligheidsbeleid. Het kan zijn dat de gemeenschap hier meer mee geholpen is dan bij Linux Standard Base, maar deze is ook meer ontworpen voor bedrijven die software willen verkopen ipv een dienst.
Bij oa Tweakers is te lezen dat de webbrowser Firefox werkt aan ondersteuning voor het vrije videoformaat Theora. Bij de volgende release welke op de planning staat voor eind 2008 zal de webbrowser dus out-of-the-box dit formaat gaan ondersteunen. En hoewel dit niet interessant lijkt en door sommige zelfs als bijna onbegrijpelijk wordt gezien zijn er ook mensen die zien wat men probeert te bereiken. Zeker nadat bedrijven zoals Apple en Nokia hun eigen formaat bij HTML5 probeerde door te drukken om zo extra licenties te kunnen verkopen.
En een gedeelte van de beweringen zijn waar. Theora is van een mindere kwaliteit dan je misschien zou willen, maar het is voldoende nu voor menig YouTube filmpje. Daarbij is de kwaliteit vaak hoger dan men verwacht en de opnames van oa de DebConf-meetings uit het verleden zijn daar wel een bewijs van. Een ander feit blijft dat veel nieuwe codecs meer vragen van het systeem om de betere kwaliteit ook daadwerkelijk te kunnen tonen.
Maar Mozilla speelt hier een slinks spel, want veel mensen zijn gemaks- en kuddedieren. Als iets werkt stapt men niet snel meer over naar iets anders of er moet een hele goede reden zijn. Men haalt dus een drempel weg voor de eindgebruiker en veel webdevelopers weten dus dat ze bij een client met Firefox 3.1 of hoger altijd een bepaalt formaat kunnen aanbieden wat altijd direct zal werken. De enige vraag blijft over hoe de markt en de concurrentie hierop zal reageren.
Vertalingen zijn altijd lastig en een officieel vertaalbureau kan kostbaar zijn en ze moeten ook de materie begrijpen, want anders kreeg je situaties zoals bij StarTrek Voyager waarbij men een klaarkamer heeft. Deze klaarkamer is eigenlijk de briefingskamer cq vergaderkamer. Dit is ook een reden om buitenlandse series steed vaker zonder ondertiteling te kijken voor mij.
Deze problemen heeft Microsoft ook met vertalingen van oa Windows en Office waarbij meer dan eens een internationale crisis is ontstaan. Zeker als je je betalende klanten voor bloeddorstige wildemannen uitmaak en het je zuiderburen zijn zoals Microsoft de Mexicaanse bevolking beschreef halverwege de jaren negentig.
Gelukkig zal dit een stuk minder snel bij vrije software plaats vinden aangezien bijna alle vertalingen door mensen worden gedaan waarbij het de moedertaal is. En er ook steeds vaker een stuk trots bij komt kijken zoals bij de Fransen die hun taal koesteren ipv de Nederlanders die alles adopteren wat maar lekker klinkt in het lokale dialect. Toch blijken ook Nederlanders hun taal te koesteren, want bij veel vertalingen van vrije software zitten ze bij de top 10 van meest complete vertalingen en ook bij het Debian project.
Het overzicht laat zien in hoeveel talen het package systeem kan communiceren met de gebruiker. En hoewel dit onbelangrijk lijkt is communiceren in je eigen taal voor veel gebruikers van belang. Zeker bij de oudere en de jonge generatie welke een andere taal nog niet of niet goed genoeg beheersen. Het toont ook zeer zeker hoe internationaal vrije software wordt gedragen en gebruikt, want toch een positief teken is in deze kapitalistische wereld waar steeds meer dingen om geld draait.
Zowel Linux als de GNU hebben de afgelopen 15 a 20 jaar de wereld redelijk doen veranderen door een vrij alternatief voor commerciele Unix’en te bieden. En sinds 2000 wordt er ook gewerkt om een alternatief te vormen voor Microsoft Windows en MacOS X wat op dit moment ook steeds beter lukt. De open en vrij software aanhangers bewegen overheden er toe om in steeds meer gevallen te kiezen voor de open en vrije alternatieven zodat iedereen in onze samenleving toegang heeft tot bepaalde diensten en informatie.
Deze revolutie heeft ook oa Web 2.0 voortgebracht waarbij gebruikers actieve kunnen deelnemen aan websites. Een van de bekenste websites is mogelijk wel Wikipedia welke de wereld in voornamelijk twee kampen verdeelt over de betrouwbaarheid van de content van Wikipedia. Maar dit is niet de enigste website uit de stal van de Wikimedia Foundation, want een ander is Wikibooks. En de impact van Wikibooks kan mogelijk nog wel groter zijn op de wereld dan die van Wikipedia zelf.
Ging Wikipedia alleen nog maar over losse artikelen en hetzelfde geldt voor Wikispecies waarbij het leven op deze wereld in kaart wordt gebracht. Bij Wikibooks wordt een stap verder gegaan en tracht men hele boeken te schrijven over de meest uiteenlopende onderwerpen. En hoewel er nog voldoende werk te doen is en op sommige punten het iniatief knullig lijkt zijn de plannen er niet minder om. Zeker niet omdat men voor sommige vaken daadwerkelijk wenst te voldoen aan de richtlijnen voor leerboeken.
Het zal dan ook voornamelijk een kwestie van tijd zijn voordat Wikibooks het niveau van Wikipedia gaat evenaren. De impact op hoe ons leersysteem zal functioneren zal dan ook niet gering zijn. Zeker niet als je beseft dat de kosten voor leerboeken enorm hoog is en vrij snel naar het oud papier worden verwezen. Is het nodig om elke twee a drie jaar een nieuw wiskundeboek uit te geven zodat de uitgever opnieuw geld kan innen? Of is het misschien verstandig om in een tijd waarin we bewust worden van ons papierverbruik en toenemende kosten voor onderwijs een beslissing nemen waarin we radicaal de koers omgooien.
Recent Comments