Geen Safari meer

Nee, geen Safari van Apple, maar Safari van O’Reilly. Safari is een platform om via een webbrowser tot over 7.000 boeken te kunnen raadplegen op een maandelijk subscribe-model. Dus een paar maanden geleden besloten om dit maar eens uit te gaan proberen. Helaas of gelukkig is aan deze periode een einde gekomen en ben ik ook blij dat ik het gedaan heb.

Maar waarom stoppen? De content op zich is goed, maar het is een gemis om geen boek vast te kunnen houden. Je kan niet lekker gaan zitten in stoel en een worden met het boek. Daarbij is de prijs redelijk stevig om toegang te blijven houden tot boeken. Het wordt dan ook duidelijk waar het om gaat en waar de volgende hindernis ligt voor de vrije wereld. Een hindernis die ook al door Richard Stallman een flinke tijd is aangegeven, want goede vrije documentatie ontbreekt vaak of verdwijnt naar een uitgever.

Helaas gaat er nu wel iets verloren, want ik was begonnen om Safari uit te testen om minder boeken aan te kopen en op de boekenplank te zien verdwijnen. Ik heb ook wat gewonnen, want in plaats van elke maand geld naar een bijna failliet land te sturen, gaat er nu elk jaar een bijdrage naar de lokale bibliotheek zodat ik daar zowel lees-, studie- en audioboeken kan lenen. Tevens help ik daarmee de lokale economie en kan ik nog steeds lekker met mijn boek een worden op de bank. Laat de koude winteravond maar alvast komen.

I10n in Debian

Vertalingen zijn altijd lastig en een officieel vertaalbureau kan kostbaar zijn en ze moeten ook de materie begrijpen, want anders kreeg je situaties zoals bij StarTrek Voyager waarbij men een klaarkamer heeft. Deze klaarkamer is eigenlijk de briefingskamer cq vergaderkamer. Dit is ook een reden om buitenlandse series steed vaker zonder ondertiteling te kijken voor mij.

Deze problemen heeft Microsoft ook met vertalingen van oa Windows en Office waarbij meer dan eens een internationale crisis is ontstaan. Zeker als je je betalende klanten voor bloeddorstige wildemannen uitmaak en het je zuiderburen zijn zoals Microsoft de Mexicaanse bevolking beschreef halverwege de jaren negentig.

Gelukkig zal dit een stuk minder snel bij vrije software plaats vinden aangezien bijna alle vertalingen door mensen worden gedaan waarbij het de moedertaal is. En er ook steeds vaker een stuk trots bij komt kijken zoals bij de Fransen die hun taal koesteren ipv de Nederlanders die alles adopteren wat maar lekker klinkt in het lokale dialect. Toch blijken ook Nederlanders hun taal te koesteren, want bij veel vertalingen van vrije software zitten ze bij de top 10 van meest complete vertalingen en ook bij het Debian project.

Het overzicht laat zien in hoeveel talen het package systeem kan communiceren met de gebruiker. En hoewel dit onbelangrijk lijkt is communiceren in je eigen taal voor veel gebruikers van belang. Zeker bij de oudere en de jonge generatie welke een andere taal nog niet of niet goed genoeg beheersen. Het toont ook zeer zeker hoe internationaal vrije software wordt gedragen en gebruikt, want toch een positief teken is in deze kapitalistische wereld waar steeds meer dingen om geld draait.

Vrije software als vendor lock-in

Iedereen heeft het er over dat als je voor Microsoft-technologie kiest bijvoorbeeld dat je dan redelijk in een positie gaat komen die op een vendor lock-in lijkt, maar kan het ook anders? Kan een vendor lock-in ook bestaan door bijvoorbeeld te kiezen voor vrije software, vrije standaarden en vrije content? Is er nog wel een weg naar bijvoorbeeld MacOS X of Windows Vista?

Mijn muziekverzameling is 100 procent in Ogg Vorbis en iTunes biedt daar geen ondersteuning voor, maar ik kan wel overstappen van Ubuntu naar Sun Solaris, OpenBSD of FreeBSD zonder problemen. Mijn bestanden voor spreadsheets, teksten en presentaties zijn in OpenDocument formaat en standaard onleesbaar in Microsoft Office, maar Apple lijkt ondersteuning te bieden in iWorks. In mijn huidige omgeving heb ik standaard de beschikking over oa PGP-encryptie, kan ik met een officepakket werken, mijn muziek beheren, probleemloos PDF-documenten aanmaken en bekijken, toegang tot een multiprotocol client voor instant messaging en ga zo maar door.

Als ik kijk hoeveel vrije software mijn leven de afgelopen tien jaar, het moment dat ik Windows NT 4.0 verwijderde uit de dual boot, heeft verandert kan ik niet meer dan concluderen dat er geen weg meer terug is voor mij. De migratie naar MacOS X zou misschien nog het makkelijkst zijn, maar dan nog zoveel obstakels die ik moet gaan overwinnen en bij Windows moet ik bijna echt weer bij nul beginnen. Zeker omdat Windows vrij kaal wordt geleverd, moet ik voor veel functionaliteit opnieuw applicaties gaan zoeken en is het enige positieve dat OpenOffice.org ook op Windows werkt.

Het lijkt er dus ook op dat ik gevangen zit in het web van vrije software waar bij elke release de grip om mij vast te houden groter wordt. En misschien is het niet eens de mogelijkheid die ik als gebruiker krijg door keuze en vrijheden, maar misschien meer die van de developers. De developers die steeds meer functionaliteit op elkaar afstemmen en laten samenwerken. Een trend die de laatste jaren echt merkbaar is geworden bij desktop omgevingen zoals KDE en GNOME waarbij de scheidslijn tussen applicatie, functionaliteit en data aan het vervagen is.

Vendor lock-in is dus iets wat voor mij een extra betekenis heeft gekregen en ook zeker iets is voor andere om te beseffen. Ik ben er alleen nog niet uit of dit een goede vendor lock-in is, want veel broncode waar ik nu op vertrouw valt of onder de BSD of GPL versie 2 licentie. Maar ook steeds meer van deze GPL versie 2 licenties worden omgezet naar GPL versie 3 en wat daar de uitwerking van is is iets waar de meningen nog over verdeelt zijn. Totdat deze uitwerkingen beter in kaart zijn gebracht onderwerp ik me voorlopig aan het experiment van de vrije wereld en kijk wat de toekomst me gaat brengen.

OpenSolaris aan de globalisatie

Globalisatie staat altijd in een kwaad daglicht door wat bedrijven en overheden doen uit naam van globalisatie, maar er zit ook een mooie kant aan globalisatie. Een kant waaraan open source projecten al jaren werken en waarmee wordt gepronkt. Een kant waardoor er nog maar een versie van een applicatie is met verschillende bestanden voor lokalisatie van de taal in de applicatie, hoe getallen worden weergegeven, meeteenheden en ga zo maar door. Mensen in een ander taalgebied kunnen met een vertaling dus in een keer een applicatie bereikbaar maken voor mensen die bijvoorbeeld geen Engels spreken.

Grote open source projecten zoals GNOME, KDE, GNU, Mozilla en OpenOffice.org hebben op dit moment al meer dan 150 vertalingen waardoor een groot aantal gebruikers op de ze wereld bijna probleemloos toegang kunnen krijgen tot applicaties. Leveranciers zoals Redhat, Novell en Ubuntu is dit ook niet ontgaan en sommige proberen hier duidelijk voordeel bij te hebben zoals Ubuntu. Maar ook in de commerciele wereld is deze vorm van globalisatie geen onbekende en partijen zoals Microsoft, Apple en Google leveren ook vertalingen van hun software cq diensten aan in deze vorm.

Globalisatie was Sun Microsystems ook niet ontgaan wat duidelijk te zien is hoever Java nu al is en wat er voor de volgende release van Java nog op de roadmap staat. Maar Solaris was een beetje het ondergeschoven kindje tot nu op het gebied van globalisatie. Bij de volgende release in mei van project Indiana wordt g11n duidelijk op de kaart gezet als aandachtspunt. Sun lijkt hiermee dus een statement te willen maken over hoe ze tegen Linux en de wereld aankijken door hun kroonjuweel zo lijnrecht tegenover Linux te plaatsen in landen waar Linux redelijke voet aan de grond heeft. Hiermee lijkt de volgende versie van Solaris net z’n verandering te worden als Solaris 10 al was.

OpenOffice.org 2.4

OpenOffice.org logoSteeds meer grote open souce projecten lijken de halfjaarlijkse release cycle te ontarmen en zo ook OpenOffice.org welke recentelijk zijn derde halfjaarlijkse release heeft gedaan met versie 2.4. En hoewel er voor de gebruiker op het eerst gezicht weinig verandering lijkt te zijn zit het hem ook voornamelijk in de details. Een paar van deze details zijn betere ondersteuning voor WebDAV, een verbeterde PDF export en tien nieuwe vertalingen van de applicatie waardoor meer gebruikers OpenOffice.org in hun eigen taal kunnen gebruiken.

Hier komt ook de kracht van open source naar voren en hoe het de wereld aan het veranderen is, maar ook al verandert is. Bedrijven zoals Sun Microsystems, Novell en IBM hebben dit ook gezien en passen hun bedrijfsmodel aan, maar sommige niet en Office Open XML er een voorbeeld van. Maar of OpenXML gaat helpen is de vraag, want steeds vaker komt het geluid van “waarom zou ik moeilijk doen met licenties en geld uitgeven als ik het ook kosteloos kan krijgen en bijna alle features die ik nodig heb.” De toekomst kan nog interessante worden nu de kracht van open en vrije software langzaam bij het grote publiek duidelijk wordt.